Het New Yorkse veilinghuis Christie’s boekte afgelopen week record na record bij zijn meerdaagse veiling van kunst topstukken en ook Sotheby’s en boetiekhuis Phillips deden goede zaken. In krap tien dagen tijd legden handelaren bij elkaar zo’n $2,7 mrd op tafel. Dat is meer dan de $2,3 mrd die een vergelijkbare topweek afgelopen november opbracht.

In totaal waren er begin mei in New York zes kunstbeurzen tegelijkertijd. Vooral de afgelopen week was sprake van kunstgekte, vertelt Giovanna Bertazzoni van Christie’s divisie voor Impressionisten en moderne kunst aan persdienst Bloomberg. Mensen die eerder in de week onderboden, kwamen volgens haar een paar dagen later terug om alsnog hun slag te slaan. Veel bieders waren afkomstig uit Rusland. Diverse werken van Claude Monet, Henry Moore, Edgar Degas en Amedeo Modigliani kwamen in Russische handen.

Christie’s hield tussen 5 en 14 mei veertien veilingen, variërend van Chinees aardewerk, horloges en juwelen, tot impressionistische en moderne schilderkunst. Het veilinghuis verschoof zijn belangrijkste veilingdagen van de eerste naar de tweede week van mei en profiteerde zo van veel aandacht in de media. Bovendien snoepte Christie’s zo marktaandeel af van concurrent Sotheby’s.

Picasso en Mondriaan

Het schilderij ‘Les femmes d’Alger’ van Picasso ging op 11 mei dit jaar voor een recordbedrag van $179,4 mln van de hand.

Een Picasso wisselde op maandag 11 mei bij Christie’s van eigenaar voor een recordbedrag van $179,4 mln. Een bronzen beeldwerk van de Italiaan Alberto Giacometti bracht dezelfde dag $141,3 mln op. Veertig van de 43 aangeboden werken vonden een nieuwe eigenaar.

Donderdag werden opnieuw records gebroken. Een schilderij van Mondriaan werd verkocht voor $50,6 mln, een recordbedrag voor deze meester in de abstracte schilderkunst. Een particuliere Europese verzamelaar had het werk sinds 2009 in bezit. De laatste keer dat het via een veiling van eigenaar wisselde, was in 1997. Toen bracht het $3,8 mln op.

Phillips en Sotheby’s

Ook veilinghuizen Phillips en Sotheby’s deden goede zaken. Bij boetiekhuis Phillips bracht een oliewerk van Francis Bacon $28,2 mln op. In 2007 werd voor hetzelfde object $13,7 mln neergelegd. De veiling werd een paar uur uitgesteld om belangstellenden de tijd te gunnen om het slot van de veiling bij Christie’s mee te maken.

Sotheby’s had op 12 mei als klappers twee topstukken van Mark Rothko en Roy Lichtenstein. Het werk van Rothko leverde $46,4 mln op en dat van Lichtenstein $41,7 mln. Voor geen van de twee schilders betekent dit een recordbedrag.

Wereldwijd topjaar

De wereldwijde markt voor kunstobjecten bedroeg in 2014 meer dan €51 mrd, becijferde de European Fine Art Foundation eerder deze maand. Dat is 7% meer dan in 2013 en hoger dan ooit. Bijna de helft van de in 2014 verkochte objecten had een waarde van €1 mln.
bron: Sotheby’s

MEER NIEUWS >>

Delen met: